ECLI:NL:RBZWB:2024:8792
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waardebepaling en aanslag OZB woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebepaling van zijn woning aan een adres te Tilburg, vastgesteld op 1 januari 2022 op €249.000, en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep op 8 november 2024 behandeld.
De rechtbank beoordeelde de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. Belanghebbende stelde dat de woning minder waard was vanwege gedateerde voorzieningen, matige onderhoudstoestand en een ondergemiddeld duurzaamheidsniveau, en dat de verkoopprijzen van referentiewoningen onjuist waren geïndexeerd.
De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe rekening is gehouden met verschillen. De stellingen van belanghebbende werden onvoldoende gemotiveerd geacht. De woning heeft een energielabel E, vergelijkbaar met de referentiewoningen. De WOZ-waarden van referentiewoningen zijn niet relevant voor de waardebepaling. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €249.000 blijft gehandhaafd.