ECLI:NL:RBZWB:2024:8743
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Haerkens-Wouters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening partneralimentatie rekening houdend met kosten meerderjarige zoon en aflossing schulden
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 december 2024 een verzoek tot voorlopige voorziening inzake partneralimentatie tussen partijen die tot augustus 2022 samenwoonden. De vrouw verzocht om een onderhoudsbijdrage van €1.855 per maand. De rechtbank hanteerde de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie en de hofnorm om de huwelijksgerelateerde behoefte te bepalen, waarbij het netto besteedbaar gezinsinkomen over 2021 als peiljaar werd genomen.
Partijen waren het eens over het netto besteedbaar inkomen van de man en vrouw in 2021, respectievelijk €1.514 en €1.090 per maand. De rechtbank corrigeerde het gezinsinkomen met €355 per maand voor kosten van de meerderjarige zoon die bij partijen inwoonde. Dit leidde tot een huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw van circa €1.509 per maand in 2024, terwijl haar eigen netto inkomen €1.395 bedroeg, resulterend in een aanvullende behoefte van €114 netto (€197 bruto).
De draagkracht van de man werd vastgesteld op €3.163 netto per maand, met een maandelijkse aflossing van €300 op een huwelijkse schuld. De rechtbank hield rekening met deze aflossing bij de draagkrachtberekening. Uiteindelijk werd de partneralimentatie vastgesteld op €197 bruto per maand, het bedrag van de aanvullende behoefte, en werd het meerdere afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf de datum van de beschikking €197 bruto per maand aan partneralimentatie betalen.