ECLI:NL:RBZWB:2024:8701
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Weerkamp
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde vrijstaande bungalow Middelburg
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een vrijstaande bungalow uit 1972 in Middelburg, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €438.000 per 1 januari 2022. Belanghebbende stelde dat de waarde €419.000 zou moeten zijn en voerde onder meer aan dat niet alle gevraagde gegevens waren verstrekt en dat de waardering van de garage en onderhoudstoestand onjuist was.
De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld en of artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ was geschonden. Hoewel belanghebbende stelde dat bepaalde gegevens niet waren verstrekt, concludeerde de rechtbank dat de heffingsambtenaar de gegevens tijdig had verstrekt en eventuele tekortkomingen in de beroepsfase waren hersteld. Hierdoor was geen sprake van benadeling en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De waardering was gebaseerd op een taxatiematrix met vergelijkingsobjecten die qua ligging, bouwjaar en oppervlakte voldoende vergelijkbaar waren. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, waaronder de waardering van de garage. De stellingen van belanghebbende waren onvoldoende onderbouwd om de vastgestelde waarde te wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB, en wees proceskostenvergoeding af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €438.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.