Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Feiten en omstandigheden
Feit 1
Feit 2
inde periode van 17 januari 2024 tot en met 22 januari 2024 te [plaats 2] , gemeente Borsele, en Ritthem, gemeente Vlissingen, en elders in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft, door
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De voorlopige hechtenis
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 primair ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;
3 (drie) jaar op geen enkele wijze
2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van ten hoogste 6 (zes) maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van
zich niet op te houden in de havens in Vlissingen en Rotterdam;
2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste 6 (zes) maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen;