ECLI:NL:RBZWB:2024:8668

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
C/02/428310 / FA RK 24-5121
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Dun
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte zorg bij psychische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 november 2024 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1980. Betrokkene werd telefonisch gehoord en gaf aan akkoord te gaan met de machtiging, ondanks angst voor behandeling en wantrouwen jegens anderen.

Uit de medische stukken en mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, PTSS en verslavingsstoornissen, met ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene functioneert beperkt, slaapt en eet nauwelijks, en leeft als dakloze in de buurt van het station.

De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene op straat leeft en de noodzakelijke zorg niet kan worden verleend zonder verplichte maatregelen. Daarom is een zorgmachtiging voor zes maanden verleend, waarbij onder meer medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie zijn toegestaan. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de toegewezen zorgvormen zijn evenredig en effectief.

De beschikking is op 19 november 2024 mondeling gegeven en op 26 november 2024 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/428310 / FA RK 24-5121
Datum uitspraak: 19 november 2024
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. M.C.A. Hollants te Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 november 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 november 2024.
1.3.
Bij aanvang van de mondelinge behandeling bleek betrokkene afwezig, maar kreeg de behandelaar van betrokkene wel telefonisch contact met hem. Desgevraagd gaf betrokkene vervolgens aan dat hij niet in staat was om bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn, maar dat dat wat hem betreft wel telefonisch zou kunnen en dat zijn advocaat weet wat hij wil en dat zij namens hem een standpunt in mag nemen.
1.4.
De rechtbank heeft daarop besloten om de mondelinge behandeling met instemming van betrokkene en de aanwezigen voort te zetten, waarbij aldus zijn gehoord:
  • Betrokkene, via de telefoon en met behulp van een tolk;
  • De advocaat van betrokkene;
  • mevrouw [naam], behandelaar [zorgorganisatie];
2.
Het verzoek
2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene geeft aan dat hij akkoord gaat met het verlenen van een zorgmachtiging. Hij wil wel geholpen worden, maar heeft wat angst voor de behandeling. Betrokkene hoort stemmen en vertrouwt niemand. Dat is de reden dat hij niet naar de daklozenopvang wil. Hij heeft al vier dagen niet geslapen. Daarnaast heeft hij last van alle lichtjes in zijn hersenen die komen en gaan. Hij stelt al bijna vijf jaar geen alcohol of drugs meer te gebruiken.
3.2.
De behandelaar van betrokkene geeft aan dat betrokkene soms opeens verdwenen is van de plek waar ze hem normaal verwachten. Ze wil graag de mogelijkheid hebben om de druk op te kunnen voeren wanneer dit nodig is. In dat kader is het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten noodzakelijk. De behandelaar denkt dat als betrokkene langer op straat blijft zijn psychose terugkomt. Dit ook omdat betrokkene niet of nauwelijks slaapt en eet.
3.3.
De advocaat van betrokkene stelt dat betrokkene wel degelijk geholpen wil worden, maar dat dit op sommige momenten simpelweg niet lukt. Volgens de advocaat is aan alle wettelijke criteria voldaan en ze refereert zich verder aan het oordeel van de rechtbank.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling genoegzaam blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, PTSS en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en polymiddelgebruik. Daarnaast ontbreekt het betrokkene aan ziektebesef- en inzicht.
4.3.
De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de stukken en de mondelinge behan-deling ook genoegzaam blijkt dat deze stoornis ernstig nadeel veroorzaakt. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene zeer angstig is, last heeft van auditieve hallucinaties, waarbij hij opdrachten krijgt om slechte dingen te doen. Daarnaast functioneert betrokkene op beperkt niveau, waardoor hij niet tot gedragsverandering komt. Het lukt betrokkene niet om afspraken na te komen, waardoor hij steeds verder afglijdt. Betrokkene is recent uit huis geplaatst vanwege de forse overlast rondom zijn woning, maar wil niet naar de daklozenopvang omdat hij niemand vertrouwt en leeft nu dus als dakloze in de buurt van het station. Betrokkene is bekend met agressie en komt regelmatig in contact met politie en justitie.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Aan betrokkene kan immers omdat en zolang hij op straat leeft de voor hem noodzakelijke zorg niet adequaat in een vrijwillig kader verleend worden. De kans is daarom groot dat de psychose terugkomt en dat er door een toename in het middelengebruik ook toenemend verzet tegen de zorg valt te verwachten. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven houden met zijn ambulant behandelteam. De frequentie en de wijze van dat contact zullen op geleide van het toestandsbeeld door het ambulant team kunnen worden bepaald.
  • opnemen in een accommodatie.
De noodzaak voor andere dan de hiervoor genoemde, door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg is niet gebleken en die zullen dus ook worden afgewezen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.7.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in paragraaf 4.5 kunnen worden getroffen;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
19 mei 2025;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier en op schrift gesteld op 26 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.