ECLI:NL:RBZWB:2024:8656

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 oktober 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
C/02/427585 / FA RK 24-4750
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Smits
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische zorg bij schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging toegekend aan betrokkene, geboren in 1970, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, waaronder paranoïde psychoses en PTSS. Betrokkene erkent de noodzaak van verplichte zorg en ziet af van het recht om gehoord te worden.

Uit de medische stukken blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt van haar psychische stoornis, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie. Er is geen mogelijkheid tot vrijwillige zorg, mede doordat betrokkene structureel wil stoppen met medicatie, wat een groot risico op decompensatie inhoudt.

De rechtbank stelt dat verplichte zorg noodzakelijk is en wijst specifieke maatregelen toe, zoals medicatietoediening, medische controles, therapeutische handelingen en beperkingen in de vrijheid, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Deze maatregelen zijn evenredig en gericht op stabilisatie van de geestelijke gezondheid en bevordering van maatschappelijke deelname.

De zorgmachtiging geldt voor de duur van twaalf maanden, tot en met 31 oktober 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/427585 / FA RK 24-4750
Datum uitspraak: 14 november 2024
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [plaats],
advocaat mr. S. van de Voorde te Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 14 oktober 2024;
  • een referteverklaring van betrokkene van 29 oktober 2024.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 20 november 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de referteverklaring van betrokkene leidt de rechtbank af dat betrokkene kennis heeft genomen van het verzoekschrift en het verzoekschrift heeft besproken met haar advocaat, dat betrokkene erkent dat aan de voorwaarden voor toewijzing van het verzoek met de daarin opgenomen vormen van verplichte zorg wordt voldaan, dat betrokkene afziet van het recht te worden gehoord en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
Gelet op de inhoud van de stukken en de referteverklaring acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene lijdt namelijk aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is er sprake van paranoïde psychoses en PTSS. Daarnaast ontbreekt het betrokkene aan ziektebesef en -inzicht. Dit wordt door betrokkene niet betwist.
4.4.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene structureel wil stoppen met haar medicatie. Betrokkene geeft aan dat ze zonder machtiging haar depot zal staken. Zonder dit depot bestaat er een groot risico op decompensatie. Bij decompensatie wordt betrokkene volledig in beslag genomen door haar psychoses. Daarom is verplichte zorg nodig. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 4.6 kunnen worden getroffen;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
31 oktober 2025.
Deze beschikking is gegeven door mr. Smits, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.