Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 16 december 2021 vond een inbraak plaats in een woning te Vlissingen. Verdachte werd door negen verbalisanten herkend op camerabeelden die in een televisieprogramma werden getoond. De rechtbank beoordeelde de betrouwbaarheid van deze herkenningen kritisch, waarbij onder meer werd meegewogen dat het gezicht van de verdachte deels werd bedekt door een pet en een hoge kraag, en dat de herkenningen geen specifieke onderscheidende kenmerken bevatten.
De verdediging voerde aan dat de herkenningen onbetrouwbaar waren en dat niet kon worden bewezen dat de personen op de beelden de daders waren. De rechtbank stelde dat de herkenningen onvoldoende betrouwbaar waren om tot een bewezenverklaring te komen, mede omdat geen van de verbalisanten kon aangeven wanneer zij verdachte voor het laatst hadden gezien en omdat twee van hen eerder onjuist hadden herkend.
Gezien het ontbreken van ander bewijs dat verdachte met de inbraak verbindt, sprak de rechtbank verdachte vrij. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige bewijsbeoordeling bij herkenningen aan de hand van camerabeelden, zeker wanneer deze het enige bewijs vormen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs van betrokkenheid bij de woninginbraak.