ECLI:NL:RBZWB:2024:8584

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 augustus 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
11075242 - MB VERZ 24-540
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:84 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens overtreding geslotenverklaring motorvoertuigen

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 22 december 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat de gemeente niet had voldaan aan de voorwaarden van het Beleidskader digitale handhaving, met name het verzenden van waarschuwingsbrieven tijdens een waarschuwingsperiode. De kantonrechter stelde vast dat de waarschuwingsperiode liep van 4 december 2019 tot 5 januari 2020 en dat daarna digitale handhaving zonder waarschuwingen werd toegepast.

De kantonrechter concludeerde dat de overtreding vaststond en dat de boete terecht was opgelegd. Er was geen grond om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11075242 \ MB VERZ 24-540
CJIB-nummer : 5062 5422 5481 7836
uitspraakdatum : 19 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Oude Vest) te Breda op 22 december 2022 om 09:41 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De gemachtigde stelt dat de officier van justitie op grond van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet handelen overeenkomstig de beleidsregels die zijn neergelegd in de Beleidsregels en het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: Beleidskader). Op grond van het beleidskader dient er eerst een waarschuwingsperiode te volgen en een waarschuwingsbrief naar de kentekenhouder te sturen en verwijst hiervoor naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Uit het dossier blijkt niet dat de gemeente is overgegaan tot het opsturen van waarschuwingsbrieven naar kentekenhouders. Hierdoor is er in strijd gehandeld met de voorwaarden en moet de sanctie worden vernietigd. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding met wegingsfactor 0,5.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De waarschuwingsperiode was op 5 januari 2020 al verlopen en vanaf dat moment is overgegaan op digitale handhaving. Er zijn tot en met 4 januari 2020 waarschuwingsbrieven verzonden indien er een overtreding werd geconstateerd.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Gedurende de periode van 4 december 2019 tot 5 januari 2020 zijn er waarschuwingsbrieven verzonden indien er een overtreding werd geconstateerd. De kantonrechter stelt vast dat de waarschuwingsperiode al voorbij was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: