Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve verkeersboete opgelegd wegens het niet voeren van de verplichte fietsverlichting op 26 januari 2023 om 08:08 uur op de Maasdijk te Raamsdonksveer. Tegen deze boete werd beroep ingesteld door de gemachtigde namens betrokkene, die stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat betrokkene niet was staande gehouden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna het beroep bij de kantonrechter werd voortgezet. Tijdens de zitting was noch betrokkene noch zijn gemachtigde aanwezig, maar de kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant en het dossier. De verbalisant had de identiteit van betrokkene vastgesteld via controlevragen en controle in het GBA.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de identiteit van betrokkene voldoende is vastgesteld. Er was geen reden om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen of om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.