Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 29 december 2022. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat de boete onredelijk was en dat de locatieomschrijving onvoldoende was. Tevens werd gesteld dat de gemeente niet had voldaan aan de waarschuwingsplicht volgens het beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen.
De officier van justitie stelde dat de waarschuwingsperiode was verlopen op 5 januari 2020 en dat vanaf dat moment digitale handhaving plaatsvond, waarbij geen verdere waarschuwingsbrieven werden verzonden. De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat de boete terecht is opgelegd.
De kantonrechter verwierp het beroep omdat de waarschuwingsperiode reeds was verstreken en de verklaring van betrokkene onvoldoende was onderbouwd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak is gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer op 19 augustus 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.