Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring (bord C 2 RVV 1990) op een locatie in Middelburg op 23 april 2023. Betrokkene stelde dat het bord onduidelijk was omdat het deels achter een ander bord verdween en dat haaientanden in de straat het eenrichtingverkeer tegenspraken.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde de zaak op 15 november 2024. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, die ter plaatse was en stelde dat de bebording duidelijk zichtbaar was, voldoende bewijs vormt dat de overtreding heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter vond geen aanleiding om aan de juistheid van de verbalisant te twijfelen op basis van de door betrokkene aangevoerde omstandigheden. Ook zag de kantonrechter geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.