ECLI:NL:RBZWB:2024:8576

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
11029909 _ MB VERZ 24-254
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)RVV 1990 bord C 2
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen verkeersboete wegens overtreding eenrichtingverkeer

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring (bord C 2 RVV 1990) op een locatie in Middelburg op 23 april 2023. Betrokkene stelde dat het bord onduidelijk was omdat het deels achter een ander bord verdween en dat haaientanden in de straat het eenrichtingverkeer tegenspraken.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde de zaak op 15 november 2024. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, die ter plaatse was en stelde dat de bebording duidelijk zichtbaar was, voldoende bewijs vormt dat de overtreding heeft plaatsgevonden.

De kantonrechter vond geen aanleiding om aan de juistheid van de verbalisant te twijfelen op basis van de door betrokkene aangevoerde omstandigheden. Ook zag de kantonrechter geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11029909 \ MB VERZ 24-254
CJIB-nummer : 1062 5422 5731 7354
uitspraakdatum : 15 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C 2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer) op de Bachtensteene te Middelburg op 23 april 2023.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het bord waaruit eenrichtingverkeer blijkt onduidelijk is vanuit de richting waar betrokkene vandaan kwam. Het bord verdwijnt achter een ander bord. Daarnaast stelt betrokkene dat er haaientanden in de straat aanwezig zijn die het eenrichtingverkeer tegenspreken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Weggebruikers zijn verplicht actief om zich heen te kijken voor bebording. De foto die betrokkene bijgevoegd heeft betreft een kort moment waarop het bord niet geheel zichtbaar is. Het bord is echter vanuit het aanrijden en verder de straat in voldoende zichtbaar.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De verbalisant was ter plaatse aanwezig waardoor aangenomen kan worden dat de verbalisant heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar was.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. S.E. van Wijk, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: