Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg drie verkeersboetes opgelegd voor het negeren van een rood verkeerslicht, het niet volgen van een voorsorteerstrook en het afslaan zonder richting aan te geven op de Dr. Struyckenstraat te Breda in augustus 2022. Tegen deze boetes werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die deze ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter constateert dat niet is komen vast te staan dat betrokkene de gedragingen heeft verricht. Van belang is dat onvoldoende is toegelicht waarom er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, terwijl dit noodzakelijk is om een boete aan de kentekenhouder op te leggen. De verbalisant gaf onvoldoende verklaring over de laatste overtreding op een andere locatie zonder verkeerslichten.
De kantonrechter stelt de zekerheidstelling op nihil vanwege de financiële situatie van betrokkene. Daarnaast is vastgesteld dat de officier van justitie niet tijdig heeft beslist, waardoor een dwangsom van in totaal €46,- is verschuldigd. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €749,50. De boetes en beslissingen van de officier van justitie worden vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, boetes en beslissingen vernietigd, dwangsommen en proceskosten toegekend.