Op 9 oktober 2020 heeft verdachte samen met een medeverdachte en anderen de woning van de aangevers bezocht om de confrontatie te zoeken. Tijdens dit incident pleegde verdachte openlijk geweld tegen een van de aangevers en mishandelde hij meerdere personen met een metalen voorwerp. Tevens verzette verdachte zich met geweld tegen zijn aanhouding, waarbij een politieambtenaar letsel opliep.
De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld aan de hand van verklaringen van slachtoffers, getuigen en de verdachte zelf. Hoewel verdachte ontkende bepaalde feiten, achtte de rechtbank vijf van de zes ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de bedreiging van de politieambtenaar, waarvoor verdachte is vrijgesproken.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de samenleving, alsmede met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een positief verloop van reclasseringstoezicht en het ontbreken van recente delicten. Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn, ruim twee jaar, legde de rechtbank een relatief lichte gevangenisstraf van 12 dagen op, met aftrek van voorarrest.
Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €100 toegekend aan de benadeelde politieambtenaar, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het incident. De rechtbank sprak verdachte vrij van het feit van bedreiging en verklaarde het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk, verwijzend naar de civiele rechter.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Middelburg op 11 december 2024.