ECLI:NL:RBZWB:2024:8199
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Roose
- Rechtspraak.nl
Voorlopige zorgregeling vastgesteld na afwijzing verhuizing minderjarige naar buitenland
De vrouw en de man zijn de ouders van een minderjarig kind geboren in 2023. Na hun relatiebreuk verblijft het kind bij de vrouw. De vrouw verzocht om toestemming om met het kind tijdelijk voor maximaal drie maanden in een ander land te verblijven vanwege een unieke kans op woonruimte en haar medische noodzaak.
De man verzette zich tegen deze verhuizing, stellende dat het niet in het belang van het kind is en dat het contact met hem daardoor ernstig zou worden belemmerd. Hij vorderde in reconventie een voorlopige zorgregeling met uitgebreidere contactmomenten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang voor de verhuizing niet was aangetoond, waardoor de vordering van de vrouw werd afgewezen. Wel werd een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij het kind wekelijks op zondag en donderdag enkele uren bij de vader verblijft om de hechtingsrelatie te bevorderen. Partijen worden aangemoedigd hun communicatie te verbeteren met hulpverlening.
Uitkomst: De vordering tot tijdelijke verhuizing met het kind wordt afgewezen, maar een voorlopige zorgregeling met contactmomenten bij de vader wordt vastgesteld.