ECLI:NL:RBZWB:2024:812
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kap woning met diverse voorzieningen en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €419.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft deze waarde gebaseerd op een taxatierapport met vergelijkingsmethode van vier referentiewoningen.
Belanghebbende stelt dat de waarde te hoog is en noemt een lagere waarde van €391.000 passend. De rechtbank beoordeelt de vergelijkbaarheid van de referentiewoningen, waarbij de enkele tweemaal binnen een jaar verkochte referentiewoning niet als onvoldoende vergelijkbaar wordt gezien. De heffingsambtenaar heeft voldoende rekening gehouden met verschillen in voorzieningen en onderhoudsniveau.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende onderbouwing heeft geleverd voor een lagere waarde, met name voor het onderhoudsniveau. De WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag OZB worden dan ook gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor belanghebbende geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €419.000 en aanslag OZB worden gehandhaafd.