ECLI:NL:RBZWB:2024:810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning met een waarde vastgesteld op €360.000 per 1 januari 2021 door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt dat de woning maximaal €348.000 waard is. De rechtbank beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode.
De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix opgesteld waarin de woning is vergeleken met referentiewoningen die qua bouwjaar, type, ligging en oppervlakte vergelijkbaar zijn en recentelijk zijn verkocht. De rechtbank acht deze referentiewoningen passend en vindt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen, zoals aanbouwen, garage en voorzieningen. Belanghebbende heeft een eigen woningwaarderapport ingebracht, maar dit rapport ontbeert een gedetailleerde waardeopbouw en houdt onvoldoende rekening met onderhoudstoestand.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanslag OZB gehandhaafd blijft. Belanghebbende heeft geen recht op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.