Uitspraak
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot wijziging van de zorg- en contactregeling tussen de vrouw en de man betreffende hun minderjarige kind, geboren in 2008. Beide ouders oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Het kind woonde bij de vrouw en de eerdere regeling bepaalde contactmomenten met de man.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij ook de minderjarige werd gehoord, bleek dat het kind de man graag op maandagmiddagen wilde bezoeken en daarnaast bereid was om contact te hebben tijdens bepaalde feestdagen. Partijen bereikten vervolgens overeenstemming over een nieuwe regeling die volledig overeenkomt met de wensen van het kind.
De Raad voor de Kinderbescherming ondersteunde deze regeling en adviseerde de man om ook zelf initiatieven te nemen voor contact. De rechtbank verklaarde de gewijzigde regeling, die als minimumregeling geldt, uitvoerbaar bij voorraad en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek tot wijziging werd daarmee toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorg- en contactregeling conform de wensen van het kind en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.