Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 juli 2024;
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte vermeerdering van eis met producties genummerd 8 tot en met 11.
2.De feiten
Artikel 4
3.Het geschil
in conventie, na vermeerdering van eis, om, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie, na vermeerdering van eis, om, zoveel mogelijk
4.De beoordeling
- een gebruiksvergoeding (vordering V.);
- een regresvordering (vordering a.).
.
€ 29.724,84toekomt.
€ 75.000,=.De rechtbank zal beslissen als na te melden.
.Voor de periode na 25 april 2024 is de rechtbank van oordeel dat de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen dat de vrouw als mede-eigenaar van de woning meedraagt in de eigenaarslasten. Vaststaat dat de vrouw niet heeft bijgedragen in deze lasten terwijl de man ze volledig heeft voldaan en nog steeds voldoet zodat de man ingevolge het bepaalde in artikel 6:10 BW Pro in beginsel recht heeft op regres. Anderzijds volgt uit artikel 3:169 BW Pro dat de man die het gemeenschappelijke vermogensbestanddeel van partijen (de woning) met uitsluiting van de vrouw gebruikt, verplicht is de vrouw schadeloos te stellen, bijvoorbeeld door het betalen van een gebruiksvergoeding.