Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [naam] , sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Ggz;
- de echtgenoot van betrokkene;
- twee dochters.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 november 2024 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1950. Het verzoek omvatte verschillende vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.
Betrokkene stelde dat zij geen psychische stoornis heeft en eiste een second opinion. De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige rapporteerde een duidelijke verslechtering sinds 2023, met wantrouwen en beschuldigingen richting familie, mogelijk veroorzaakt door een neurocognitieve stoornis of ingrijpende levensgebeurtenissen. Diagnostisch onderzoek was nog niet afgerond.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een stoornis die ernstig nadeel kan veroorzaken, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Omdat betrokkene niet bereid is vrijwillig mee te werken aan onderzoek en behandeling, is verplichte zorg noodzakelijk. De rechtbank wees de gevraagde zorgvormen toe, met uitzondering van enkele, en beperkte de machtiging tot drie maanden in afwachting van diagnostisch onderzoek.
De beschikking werd mondeling gegeven en op 19 november 2024 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor drie maanden.