ECLI:NL:RBZWB:2024:7921
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure heeft het UWV het oorspronkelijke besluit vervangen door een nieuw besluit dat de ZW-uitkering voortzet vanaf 22 november 2022, waarmee het UWV geheel aan het beroep van verzoekster tegemoet is gekomen.
Naar aanleiding van de intrekking van het beroep verzocht verzoekster om een proceskostenveroordeling van het UWV. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, maar het UWV zag geen aanleiding voor een inhoudelijke reactie. De rechtbank beoordeelde het verzoek als kennelijk gegrond en wees de proceskostenveroordeling toe.
De vergoeding aan verzoekster bestaat uit het betaalde griffierecht van €50, een vaste vergoeding voor de rechtsbijstand door de gemachtigde van in totaal €1.750 voor twee proceshandelingen, en een reiskostenvergoeding van €63,40 voor openbaar vervoer. De totale proceskostenvergoeding bedraagt €1.813,40 en het UWV is veroordeeld tot betaling hiervan.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €1.813,40 aan proceskosten aan verzoekster.