Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- 16 pillen positief getest op opiaten, genoemd op lijst I van de Opiumwet;
- 55,5 pillen. Deze zijn overgedragen aan het NFI om te testen;
- 65,5 gram henneptoppen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder [gedaagde] huurde een woning van Stichting Alwel sinds oktober 2021. Er waren vanaf december 2021 structurele meldingen van overlast door omwonenden, waaronder geluidsoverlast, ruzies, stank en drugsgebruik. De politie deed in februari 2024 een inval waarbij handelshoeveelheden drugs werden aangetroffen. Alwel stelde de huurder aansprakelijk en vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van achterstallige huur, een gebruikersvergoeding en een contractuele boete.
De huurder erkende tekortkomingen, maar voerde aan dat hij sindsdien geen overlast meer veroorzaakte en dat hij hulp kreeg. Hij betwistte de drugshandel en stelde dat het boetebeding oneerlijk is. De kantonrechter oordeelde dat de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs en de aanhoudende overlast voldoende grond vormen voor ontbinding. Het persoonlijke belang van de huurder woog niet zwaarder dan het belang van Alwel om haar beleid te handhaven.
De huurachterstand was grotendeels voldaan, maar een restant bleef open. De contractuele boete werd gegrond verklaard en het boetebeding niet als oneerlijk beoordeeld. De ontruimingstermijn werd verlengd tot drie maanden na betekening van het vonnis, mede vanwege de sluiting van de woning door de burgemeester. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de huurder werd veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie maanden, betaling van achterstallige huur, gebruikersvergoeding en een contractuele boete.