ECLI:NL:RBZWB:2024:7870

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
11123276 _ MB VERZ 24-670
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.18.34 RVVWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens onjuiste bevestiging losbreekreminrichting

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet op de vereiste wijze verbinden van de losbreekreminrichting aan het trekkend voertuig op de Rijksweg A27 te Hank op 8 januari 2023.

Betrokkene en zijn gemachtigde hebben het beroep ingesteld tegen deze boete en betwist dat de gedraging heeft plaatsgevonden, stellende dat de losbreekreminrichting wel correct bevestigd was. Zij verwijzen naar artikel 5.18.34 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens en een foto die dit zou aantonen.

De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard en de kantonrechter volgt dit oordeel. De verklaring van twee verbalisanten die de onjuiste bevestiging hebben vastgesteld, wordt als doorslaggevend beschouwd. Er is geen reden om aan hun deskundigheid te twijfelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11123276 \ MB VERZ 24-670
CJIB-nummer : 0062 5422 5517 5537
uitspraakdatum : 11 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: de losbreekreminrichting is niet op de vereiste wijze met het trekkend voertuig verbonden op de Rijksweg A27 te Hank op 8 januari 2023 om 16:49 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Volgens betrokkene was de losbreekreminrichting wel degelijk op de juiste wijze bevestigd. Gemachtigde verwijst naar artikel 5.18.34 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) en verwijst naar de bijgevoegde foto waarop te zien is dat de losbreekreminrichting bevestigd was aan een daartoe bestemde inrichting aan de trekhaak. Betrokkene betwist de waarneming van de verbalisant. Gemachtigde verwijst naar uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en geeft aan dat het dossier geen foto bevat, hoewel deze waarschijnlijk gemaakt is. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Twee verbalisanten hebben verklaard dat de losbreekreminrichting niet op de juiste wijze verbonden was. Hetgeen de verbalisanten hebben opgeschreven is van doorslaggevende betekenis voor de zittingsvertegenwoordiger.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten die geacht worden de kennis te hebben over hoe een losbreekreminrichting op juiste wijze moet worden bevestigd.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: