ECLI:NL:RBZWB:2024:78
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit beëindiging uitkering en proceskostenverzoek afgewezen
Eiser ontving een uitkering op grond van de Participatiewet en verzocht deze per 1 januari 2022 stop te zetten. Het college besloot dit op 19 januari 2022, waarbij ook de beëindiging van de collectieve ziektekostenverzekering, Bredapas en verrekening van vakantiegeld werd medegedeeld. Eiser maakte bezwaar tegen deze aspecten, waarop het college op 7 april 2022 het bezwaar deels gegrond verklaarde en het recht op Bredapas en ziektekostenverzekering herstelde, en de verrekening van vakantiegeld introk.
Eiser stelde dat het college ten onrechte niet had beslist op zijn verzoek om proceskostenvergoeding in de bezwaarprocedure en dat ook niet was ingegaan op zijn klachten over bejegening en beleidsuitvoering. De rechtbank beperkte het onderzoek tot het proceskostenverzoek, omdat de overige punten in het kader van een schadeverzoek worden behandeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser noch zijn gemachtigde tijdens de bezwaarprocedure tijdig een verzoek om proceskostenvergoeding had ingediend. Dit bleek uit de stukken en de hoorzitting. Het college had daarom terecht niet op dit verzoek beslist. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet tijdig een verzoek om proceskostenvergoeding heeft ingediend.