ECLI:NL:RBZWB:2024:7792

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
C/02/426864 / KG ZA 24-467(E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Van der Weide
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toegang- en contactverbod opgelegd aan gedaagde door gemeente Breda

De gemeente Breda heeft in kort geding een contact- en toegangsverbod gevorderd tegen gedaagde, die niet is verschenen tijdens de mondelinge behandeling. De voorzieningenrechter heeft verstek verleend en het verzoek grotendeels toegewezen met beperkingen in tijd en omvang.

De gevorderde verboden op smadelijke, lasterlijke, beledigende en bedreigende uitlatingen zijn beperkt tot uitlatingen over de gemeente en haar (voormalig) medewerkers, met een termijn van twee jaar en een maand om reeds geplaatste uitlatingen te verwijderen. Daarnaast is gedaagde verboden contact op te nemen met de gemeente en haar medewerkers, behalve functionele contacten zonder beledigingen.

Ook is gedaagde de toegang tot gemeentelijke gebouwen ontzegd, tenzij met toestemming op afspraak. Bij overtreding geldt een dwangsom van €500 per dag, met een maximum van €10.000. Gedaagde is veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot een contact- en toegangsverbod, verwijdering van smadelijke uitlatingen en betaling van proceskosten met dwangsom bij overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/426864 / KG ZA 24-467
Vonnis in kort geding van 14 november 2024
in de zaak van
GEMEENTE BREDA,
te Breda,
eiseres,
advocaat: mr. B.J.P.G. Roozendaal,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 oktober 2024, met producties genummerd 1 tot en met 59,
- de akte houdende verandering van eis,
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2024, waarbij de voorzieningenrechter op de akte houdende verandering van eis afwijzend heeft beslist omdat gedaagde niet is verschenen en deze akte niet aan hem is betekend,
- het tijdens de mondelinge behandeling tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op 28 oktober 2024.
1.3
Op 14 oktober 2024 om 04.14 uur heeft gedaagde de voorzieningenrechter gewraakt hetgeen de voorzieningenrechter eerst na de zitting is gebleken. Op 14 november heeft de wrakingskamer het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en is bepaald dat de zaak zal worden voortgezet in de stand waarin die zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het wrakingsverzoek.

2.De beoordeling

2.1.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.
2.2.
Ter mondelinge behandeling heeft eiseres de door haar onder (i) gevorderde verklaring voor recht ingetrokken, zodat hierop niet hoeft te worden beslist.
2.3.
De door eiseres gevorderde ge- en verboden onder (ii), (iv) en (v) kunnen in verband met de disproportionaliteit daarvan niet onbeperkt in tijd voortduren. De voorzieningenrechter zal deze daarom beperken tot de duur van twee jaar.
2.4.
Het gevorderde gebod om alle smadelijke, lasterlijke, beledigende en/of bedreigende uitlatingen van het internet en social media te verwijderen is naar het oordeel van de voorzieningenrechter te ruim geformuleerd. Dit gebod zal worden beperkt tot alle smadelijke, lasterlijke, beledigende en/of bedreigende uitlatingen die gedaagde heeft gedaan over eiseres en/of daar werkzame ambtenaren of medewerkers of voormalig ambtenaren of medewerkers. Daarnaast zal een termijn van één maand na betekening worden gegund, om zo gedaagde daadwerkelijk in de gelegenheid te stellen deze uitlatingen te verwijderen.
2.5.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals hierna in de beslissing is vermeld.
2.6.
Het gevorderde komt de rechtbank overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.
2.7.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van eiseres betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,99
- griffierecht
688,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.693,99

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
gebiedt gedaagde zich gedurende twee (2) jaar vanaf de betekening van dit vonnis te onthouden van smadelijke, lasterlijke, beledigende en/of bedreigende uitlatingen over ((voormalig) medewerkers van) eiseres op het internet (waaronder uitdrukkelijk begrepen LinkedIn)
,
3.2.
gebiedt gedaagde om binnen één maand na betekening van dit vonnis alle smadelijke, lasterlijke, beledigende en/of bedreigende uitlatingen die hij heeft gedaan over eiseres en/of daar werkzame ambtenaren of medewerkers of voormalig ambtenaren of medewerkers, van het internet en social media te verwijderen,
3.3.
verbiedt gedaagde om gedurende twee (2) jaar na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contact op te nemen met eiseres en/of daar werkzame ambtenaren of medewerkers of voormalig ambtenaren of medewerkers, dit met uitzondering van uitsluitend functionele contacten met eiseres op basis van het inwonerschap van gedaagde in de gemeente Breda in welke functionele contacten het voor gedaagde verboden is om bedreigende of beledigende uitlatingen te doen, naar of over (voormalig) ambtenaren en medewerkers van eiseres,
3.4.
verbiedt gedaagde gedurende twee (2) jaar de toegang tot alle gemeentelijke instellingen en gebouwen van eiseres, tenzij gedaagde toestemming heeft gekregen van eiseres om op afspraak de gemeentelijke instellingen en gebouwen te betreden,
3.5.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere overtreding, of dag dat de overtreding voortduurt, van de hiervoor in 3.1., 3.2., 3.3. en 3.4. genoemde ge- en verboden, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.693,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.7.
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024.