Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [naam 1], psychiater;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 november 2024 het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene, geboren in 1954, vanwege haar psychische stoornissen waaronder een autismespectrumstoornis en depressieve stemmingsstoornis.
Tijdens de zitting werden betrokkene, haar advocaat, een GZ-psycholoog in opleiding en een psychiater gehoord. Betrokkene gaf aan dat het momenteel goed met haar gaat en zij haar medicatie consequent gebruikt, terwijl de psychiater benadrukte dat het risico op terugval en ernstige zelfverwaarlozing aanwezig blijft zonder verplichte zorg. De advocaat van betrokkene betwijfelde de noodzaak van de zorgmachtiging, met name het toedienen van vocht en voeding.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel en zelfverwaarlozing. Gezien het gebrek aan ziekte-inzicht en onvoldoende intrinsieke motivatie achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen en beperkingen in de vrijheid, maar wijst het toedienen van vocht en voeding af.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden tot 7 november 2025. De rechtbank achtte geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar en vond de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.