ECLI:NL:RBZWB:2024:7702

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
12 november 2024
Zaaknummer
24-005853
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van vergoeding op grond van artikel 530 Sv voor kosten rechtsbijstand en reiskosten

De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 oktober 2024 het verzoek van verzoekster tot toekenning van een vergoeding op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Verzoekster vorderde een vergoeding van kosten rechtsbijstand, reiskosten en een forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.

De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het verzoek kon worden toegewezen, met een bijstelling van de kilometervergoeding van 0,32 naar 0,28 cent per kilometer. Verzoekster en de officier van justitie stemden in met een pro-formabehandeling, waarbij verzoekster en haar advocaat niet hoefden te verschijnen.

De rechtbank oordeelde dat de zaak zonder strafoplegging was geëindigd en dat de rechtbank bevoegd was het verzoek te behandelen. Op grond van artikel 530 Sv Pro werd een vergoeding toegekend voor de gemaakte kosten van rechtsbijstand en reiskosten, waarbij de gevraagde reiskosten werden gematigd tot 0,28 cent per kilometer. Daarnaast werd een forfaitaire vergoeding van €340 toegekend voor het indienen van het verzoekschrift. Het totaal toe te kennen bedrag bedroeg €3.649,85.

De beslissing werd op 5 november 2024 uitgesproken door rechter J.C. Gillesse. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en reiskosten wordt toegewezen voor een totaalbedrag van €3.649,85.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-301026-23
raadkamernummer : 24-005853
datum : 22 oktober 2024
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. B.M.C.F. de Groen advocaat te Breda, (Postbus 1878, 4801 BW Breda),
hierna te noemen: de verzoekster.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 3,253,29, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 78,78, voor vergoeding van reiskosten raadsman;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 9 februari 2024;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich in de herziene conclusie op het standpunt gesteld dat het verzoek kan worden toegewezen met dien verstande dat de door verzoekster gevraagde kilometervergoeding naar beneden wordt bijgesteld tot 0,28 cent per kilometer in plaats van de door verzoekster verzochte 0,32 cent per kilometer.
Verzoekster en officier van justitie hebben ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift, waarbij verzoekster en de advocaat niet in raadkamer hoeven te verschijnen
Op 22 oktober 2024 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs, aanwezig. Verzoekster en de advocaat zijn hierbij niet verschenen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het door de raadsman verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand is in voldoende mate onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde reiskosten kunnen worden vergoed tot een bedrag van 0,28 cent de kilometer. Voor het overige komt de rechtbank de gevraagde vergoeding redelijk en billijk voor zodat de rechtbank een bedrag van
€ 3.309,85zal toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.649,85, bestaande uit:
- € 3.309,85 aan kosten van rechtsbijstand;
en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.649,85zal worden overgemaakt op rekeningnummer [iban ] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Gimbrère International Advocaten, onder vermelding van “ [kenmerk] ”.
Deze beslissing is op 5 november 2024 genomen door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 5 november 2024
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.