Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair en subsidiair ten laste gelegde feit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 26 juli 2023 zou de minderjarige verdachte samen met een medeverdachte geprobeerd hebben om het slachtoffer met geweld te dwingen tot afgifte van geld, dan wel het slachtoffer hebben bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht. De zaak is inhoudelijk behandeld op 29 oktober 2024 met gesloten deuren. De officier van justitie stelde dat het bewijs, waaronder verklaringen van de stiefzoon van het slachtoffer en de vondst van een wapen, voldoende was voor een veroordeling.
De verdediging betoogde dat er onvoldoende wettig bewijs was en verzocht om vrijspraak. De rechtbank stelde vast dat verdachte op de dag van het incident afspraken had gemaakt over geld, maar dat het bewijs voor de bedreigingen en het pistoolgebaar onvoldoende was. Alleen de aangifte ondersteunde de beschuldigingen, terwijl andere getuigen geen steunbewijs leverden. Verdachte en medeverdachte ontkenden de ten laste gelegde gedragingen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat het feit niet bewezen werd. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot afpersing en bedreiging wegens onvoldoende wettig bewijs.