Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
[datum];
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De gecertificeerde instelling (GI) heeft een spoedmachtiging gevraagd om een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp op te nemen, gevolgd door een reguliere machtiging voor drie maanden. De gedragswetenschapper stemde in met het verzoek, maar kon de minderjarige niet spreken vanwege diens onbereikbaarheid.
De kinderrechter oordeelt dat niet is voldaan aan de vereisten voor een spoedmachtiging, omdat onvoldoende is aangetoond dat onmiddellijke opname noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de ontwikkeling van de minderjarige te voorkomen. De situatie is complex met zorgen over gedragsproblemen en gezinsinteractie, maar de situatie bestaat al langere tijd zonder recente verslechtering.
De kinderrechter wijst het spoedverzoek af en houdt de beslissing over het reguliere verzoek aan tot een mondelinge behandeling waarbij alle betrokkenen worden gehoord. De beschikking geldt tevens als oproeping voor deze zitting. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisendheid en het ontbreken van een recent gedragswetenschappelijk onderzoek.