ECLI:NL:RBZWB:2024:760

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
8 februari 2024
Zaaknummer
10664708 \ CV EXPL 23-2763 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning bij betalingsachterstand

In deze civiele bodemzaak vordert Stichting Thuisvester de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens niet-nakoming van de betalingsverplichting door de huurders. Tijdens de zitting op 24 januari 2024 zijn partijen tot een akkoord gekomen waarbij de ontbinding en ontruiming voorwaardelijk worden uitgesproken onder strikte voorwaarden.

De huurders dienen de maandhuur stipt vóór de eerste dag van elke maand te voldoen en zich te melden bij Thuisvester bij dreigende financiële problemen, zodat begeleiding kan worden geboden. Bij overtreding van deze voorwaarden wordt de huurovereenkomst ontbonden en dienen de huurders binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de woning te ontruimen.

Daarnaast is overeengekomen dat Thuisvester niet langer dan twee jaar gebruik zal maken van deze voorwaardelijke ontbinding. De huurders worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, vastgesteld op €1.326,02, met verrekening van een reeds gedane extra betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 7 februari 2024 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning bij niet-nakoming van betalingsverplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 10664708 \ CV EXPL 23-2763
Vonnis van 7 februari 2024 (bij vervroeging)
in de zaak van
STICHTING THUISVESTER,
te Oosterhout,
eisende partij,
hierna te noemen: Thuisvester,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [plaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 25 oktober 2023 met de daarin genoemde stukken,
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 24 januari 2024 (hierna: de zitting).

2.De beoordeling

2.1.
Tijdens de zitting hebben partijen afspraken gemaakt over de door Thuisvester gevorderde ontbinding en ontruiming. Thuisvester wijzigt haar vordering in die zin dat zij nu nog verzoekt de gevorderde ontbinding en ontruiming, en de daarmee samenhangende nevenvorderingen, voorwaardelijk uit te spreken, onder de voorwaarden zoals besproken tijdens de zitting. [gedaagden] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering. Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat deze vorderingen, zoals op de zitting gewijzigd, toewijsbaar zijn.
2.2.
De afspraken luiden als volgt. Partijen verklaren het eens te zijn geworden over een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning indien en zodra [gedaagden] , in strijd met de hierna te noemen voorwaarden handelt:
[gedaagden] komt haar betalingsverplichting met betrekking tot de maandhuur stipt na, dat wil zeggen dat huurbetalingen telkens vóór de eerste kalenderdag van de betreffende maand moeten zijn betaald,
[gedaagden] meldt zich bij Thuisvester als er opnieuw financiële problemen dreigen te ontstaan, zodat Thuisvester [gedaagden] hierin kan begeleiden en waar nodig kan toeleiden naar gemeentelijke schuldhulpverlening; [gedaagden] zal hieraan medewerking verlenen.
2.3.
Daarbij geldt dat, als [gedaagden] in strijd handelt met één van de bovenstaande voorwaarden tot ontbinding van de huurovereenkomst, aan [gedaagden] een redelijke termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis wordt geboden om het gehuurde te ontruimen. Verder gaat de kantonrechter ervan uit dat Thuisvester niet langer dan gedurende een periode van twee jaar gebruik zal maken van deze voorwaardelijke ontbinding en ontruiming.
2.4.
Daarnaast zijn partijen ter zitting overeengekomen dat [gedaagden] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Thuisvester heeft over het gemachtigdensalaris btw gevorderd, maar dat zal worden afgewezen. Het gemachtigdensalaris vormt een bijdrage van de ene partij in de kosten van de andere, die niet met btw wordt belast. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Thuisvester als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
134,02
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2,00 punten × € 339,00)
Totaal
€ 1.326,02
2.5.
Ter zitting heeft Thuisvester nog toegelicht dat [gedaagden] al een extra betaling heeft gedaan, welk bedrag nog in mindering zal strekken op de verschuldigde proceskosten. De kantonrechter gaat er vanuit dat Thuisvester met deze betaling rekening houdt.

3.De beslissing

De kantonrechter
indien en zodra [gedaagden] handelt in strijd met één of meerdere van de onder rechtsoverweging 2.2 opgenomen voorwaarden
3.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst,
3.2.
veroordeelt [gedaagden] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de zelfstandige woonruimte aan de [adres] te [plaats] met al het hare te ontruimen en te verlaten en door overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Thuisvester te stellen,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] om, in de periode tussen de datum van ontbinding van de huurovereenkomst en dat de woning daadwerkelijk is ontruimd en opgeleverd aan Thuisvester, tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 677,21 per maand, een gedeelte van een maand te rekenen voor een hele,
en in ieder geval
3.4.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van Thuisvester tot dit vonnis vastgesteld op € 1.326,02,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2024.