ECLI:NL:RBZWB:2024:7565
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning in aanbouw op grond van natrekking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning in aanbouw op zijn perceel, stellende dat hij alleen eigenaar is van de grond en niet van de woning. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €151.000 en legde een aanslag OZB op. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende door natrekking automatisch eigenaar is van de woning die duurzaam met de grond is verenigd, conform artikel 5:20 lid 1 BW Pro.
Verder werd beoordeeld of de waarde te hoog was vastgesteld. De rechtbank stelde vast dat de waardepeildatum correct was gehanteerd (1 januari 2022) en dat de vastgestelde waarde lager was dan de aankoopprijs van het perceel, waardoor geen sprake was van een te hoge waardering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB, en wees het verzoek om vergoeding van griffierecht af. De heffingsambtenaar was niet op de zitting verschenen, maar de rechtbank achtte de oproeping rechtsgeldig.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en gehandhaafd.