ECLI:NL:RBZWB:2024:7491

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 oktober 2024
Publicatiedatum
4 november 2024
Zaaknummer
C/02/428105 / HA RK 24-208 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Peters
  • Van de Sande
  • Breeman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek tegen belastingrechter wegens vermeende vooringenomenheid afgewezen

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Beukers-van Dooren, belastingrechter in de hoofdzaak BRE 23/10082, en haar collega’s. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat rechters in Nederland niet onafhankelijk zijn en vrouwen stelselmatig achterstellen in hun toetsing aan wetten.

De wrakingskamer toetste het verzoek aan artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat wraking mogelijk maakt bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter kunnen schaden. De kamer benadrukte de vermoede onpartijdigheid van rechters en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden.

De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek geen concrete feiten bevat die wijzen op vooringenomenheid van de rechter jegens verzoekster. Tevens is het niet mogelijk om collega’s te wraken die de hoofdzaak niet behandelen. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en de mondelinge behandeling achterwege gelaten.

De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor de schorsing door het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de belastingrechter en haar collega’s is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/428105 / HA RK 24-208
beslissing van 31 oktober 2024 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van:
[verzoekster], verzoekster.

1.Procesverloop

Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:
 de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met nummer BRE 23/10082,
 het wrakingsverzoek van 28 oktober 2024,
 het e-mailbericht van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 29 oktober 2024 waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berust.

2.Het verzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Beukers-van Dooren (hierna: de rechter), optredend als belastingrechter in de bovengenoemde hoofdzaak, en haar collega’s. Dit verzoek berust op de gronden zoals die door verzoekster uiteen zijn gezet in het wrakingsverzoek van 28 oktober 2024.
2.2
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3.De gronden van het wrakingsverzoek

Kort weergegeven legt verzoekster aan het wrakingsverzoek ten grondslag dat rechters in Nederland vooringenomen en niet onafhankelijk zijn, omdat zij toetsen aan wetten waarin vrouwen stelselmatig worden achtergesteld.

4.De beoordeling

4.1
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2
De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Alleen een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoekster aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert, of dat de door verzoekster geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.
4.3
Een dergelijke situatie doet zich naar het oordeel van de wrakingskamer in dit geval niet voor. Wrakingsverzoeken kunnen alleen gericht zijn tegen rechters die een bepaalde zaak behandelen. Verzoekster richt het wrakingsverzoek tevens aan de collega’s van de rechter, maar dit is dus niet mogelijk aangezien die de hoofdzaak niet behandelen. Bovendien kan een verzoek alleen gebaseerd zijn op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het wrakingsverzoek benoemt echter geen concrete feiten en omstandigheden die specifiek op de rechter betrekking hebben.
4.4
De wrakingskamer is dan ook van oordeel dat niet gebleken is dat er sprake is van enige schijn van vooringenomenheid, dan wel van een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De wrakingskamer zal het verzoek daarom kennelijk ongegrond verklaren. Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek, laat de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).

5.De beslissing

De wrakingskamer:
 verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond;
 bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met nummer BRE 23/10082 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.
Deze beslissing is genomen op 31 oktober 2024 door mr. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Van de Sande en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.