ECLI:NL:RBZWB:2024:7461
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van den Boom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ketenaansprakelijkheid wegens onvoldoende onderbouwing
De werknemer trad in augustus 2020 in dienst bij een BV die later failliet ging. Hij vorderde betaling van achterstallig loon en vakantiegeld van een andere BV, stellende dat deze op grond van ketenaansprakelijkheid aansprakelijk was. De rechtbank oordeelde dat de werknemer onvoldoende had gesteld en onderbouwd dat de gedaagde BV opdrachtgever of wederpartij was van zijn werkgever. De brief van het UWV bood geen voldoende inzicht in deze relatie. Ook de stelling dat beide BV's door dezelfde familie werden gedreven en zich als één entiteit presenteerden, was onvoldoende om ketenaansprakelijkheid te rechtvaardigen. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering ketenaansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.