ECLI:NL:RBZWB:2024:7408

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2024
Publicatiedatum
31 oktober 2024
Zaaknummer
C/02/426346 / HO RK 24/687
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • De Kwant
  • Leppens
  • Bosch
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 FwArt. 370 lid 1 FwArt. 376 lid 2 FwArt. 369 lid 6 FwArt. 369 lid 7 Fw
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tijdelijke voorziening afkoelingsperiode in besloten WHOA-akkoordprocedure

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet Pro in het kader van een besloten WHOA-akkoordprocedure. Dit verzoek betreft een tijdelijke voorziening totdat een eindbeslissing op de overige verzoeken is genomen.

De rechtbank stelde vast dat verzoekster statutair gevestigd is in Nederland en dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant rechtsmacht en bevoegdheid heeft om van het verzoek kennis te nemen. Verzoekster stelde dat er spoedeisend belang is vanwege dreiging van [B.V. 2] om verhaal te nemen of faillissement aan te vragen, wat de voortzetting van de onderneming ernstig zou bedreigen.

De rechtbank heeft daarom bij wijze van tussenbeslissing een afkoelingsperiode afgekondigd, waarin derden niet zonder machtiging van de rechtbank verhaal kunnen nemen op goederen van verzoekster. Tevens is bepaald dat de behandeling van het verzoek zal plaatsvinden op 20 september 2024 via een online videoverbinding, waarbij betrokken derden de gelegenheid krijgen hun zienswijze te geven.

Deze tijdelijke voorziening beschermt de voortzetting van de onderneming en de voorbereiding van het akkoord, terwijl de belangen van derden worden gewaarborgd door hen te informeren en te betrekken bij de verdere procedure.

Uitkomst: De rechtbank heeft een tijdelijke afkoelingsperiode afgekondigd die derden beperkt in hun bevoegdheid tot verhaal op het vermogen van verzoekster.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Insolventies – meervoudige kamer
Locatie: Breda
tijdelijke voorziening afkoelingsperiode
rekestnummer: C/02/426346 / HO RK 24/687
uitspraakdatum: 12 september 2024
beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet Pro (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:
[verzoekster] B.V.
gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat: mr. J. van den Dolder.

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft op 31 maart 2024 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw Pro ter griffie gedeponeerd.
1.2.
Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
1.3.
Verzoekster heeft op 9 september 2024 ter griffie een verzoekschrift, met elf bijlagen, ingediend. Verzoekster heeft allereerst verzocht om voorshands, bij wijze van tijdelijke voorziening totdat bij eindbeslissing op de andere verzoeken is beslist, een afkoelingsperiode ex artikel 376 lid 2 Fw Pro af te kondigen die inhoudt dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van verzoekster behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van verzoekster bevinden, gedurende de afkoelingsperiode niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank. Ten tweede heeft verzoekster verzocht om een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fw Pro jegens derden af te kondigen voor een periode van vier maanden.
1.4.
Verzoekster heeft op verzoek van de rechtbank op 9 september 2024 een gewaarmerkt uittreksel van [B.V. 1] een van haar (indirect) bestuurders, overgelegd. Verzoekster heeft op 10 september 2024 de rechtbank nogmaals verzocht om spoedig te beslissen en daarbij een e-mail van de advocaat van [B.V. 2] overgelegd met als bijlage een concept faillissementsrekest.

2.Het verzoek

2.1.
Verzoekster doet een verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw Pro. Verzoekster zegt toe dat zij binnen een termijn van ten hoogste twee maanden een akkoord als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw Pro zal aanbieden.
2.2.
Er is (spoedeisend) belang bij een afkoelingsperiode, omdat [B.V. 2] dreigt met het nemen van verhaal als zij – ten tijde van het verzoek – niet op 6 september 2024 volledig wordt voldaan. Verzoekster kan en wil daar geen gehoor aan geven. De kans is zeer aannemelijk dat [B.V. 2] beslag zal leggen (op de banksaldi) van verzoekster of het faillissement zal aanvragen. Dit brengt de voortzetting van de onderneming ernstig in gevaar en hindert ook de verdere voorbereiding van het akkoord. In verband met de snelheid waarmee een beslissing genomen moet worden, dient [B.V. 2] niet op het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode te worden gehoord, aldus verzoekster.

3.De beoordeling

Rechtsmacht en bevoegdheid
3.1.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek een afkoelingsperiode af te kondigen het eerste verzoek is in deze procedure. Dit betekent dat de rechtbank dient vast te stellen voor welk soort procedure, zoals bedoeld in artikel 369 lid 6 Fw Pro, is gekozen bij de voorbereiding van het akkoord. Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of aan haar rechtsmacht en relatieve bevoegdheid toekomen om van het verzoek kennis te nemen.
3.2.
Verzoekster heeft blijkens de startverklaring gekozen voor een besloten akkoordprocedure. Verzoekster is statutair gevestigd in [plaats] . Gezien het bepaalde in artikel 369 lid 7 aanhef Pro en onder b Fw juncto artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om het verzoek in behandeling te nemen. Uit artikel 262 Rv Pro volgt verder dat deze rechtbank bevoegd is van het verzoek kennis te nemen.
Afkoelingsperiode
3.3.
De rechtbank zal de behandeling van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode bepalen op
vrijdag 20 september 2024 om 9:30 uurvia een online videoverbinding.
3.4.
Gelet op de gestelde spoedeisendheid zal, bij wijze van tussenbeslissing, een afkoelingsperiode, zoals in het dictum omschreven, voorlopig worden verleend.
3.5.
De rechtbank is op basis van het verzoekschrift gebleken dat [B.V. 2] en [bedrijf] mogelijk in hun belangen worden getroffen, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld op het verzoek te worden gehoord alvorens een eindbeslissing wordt gegeven.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
kondigt bij wijze van tijdelijke voorziening per heden een afkoelingsperiode af zoals bedoeld in artikel 376 Fw Pro voor de periode totdat bij eindbeslissing op het verzoek is beslist, die inhoudt:
- dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van verzoekster behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van verzoekster bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt aangeboden;
4.2.
bepaalt dat de behandeling van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode zal plaatsvinden ter zitting van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op
vrijdag 20 september 2024 om 9:30 uurvia een online videoverbinding, voor de rechters mr. De Kwant, mr. Leppens en mr. Bosch;
4.3.
bepaalt dat verzoekster onverwijld aan [B.V. 2] en [bedrijf] een kopie van deze beschikking zal toezenden en hun wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op te vragen link deel te nemen aan de zitting en een zienswijze te geven;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Kwant, voorzitter, mr. Leppens en mr. Bosch, rechters, en in aanwezigheid van mr. Martens, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 september 2024.