Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
- zilverkleurig horloge van het merk Rolex met goednummer G2716587;
- zilverkleurig horloge van het merk Audemars Piquet met goednummer G2716581;
- zilver-/goudkleurig horloge van het merk Rolex met goednummer G2716591;
- zilverkleurig horloge van het merk Rolex met goednummer G2716578;
- zilverkleurig horloge van het merk Rolex met goednummer G2716620;
- horloge van het merk Rotorcraft met goednummer G2716582.
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
voorwaardelijke deelvan de straf
niet ten uitvoerwordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarde:
de tijddie verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis
in voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- zilverkleurig horloge van het merk Rolex met goednummer G2716587;
- zilverkleurig horloge van het merk Audemars Piquet met goednummer G2716581;
- zilver-/goudkleurig horloge van het merk Rolex met goednummer G2716591;
- zilverkleurig horloge van het merk Rolex met goednummer G2716578;
- zilverkleurig horloge van het merk Rolex met goednummer G2716620;
- horloge van het merk Rotorcraft met goednummer G2716582;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
twee weken jeugd- detentie;
[aangever]van
€ 18.861,50, waarvan € 17.661,50 aan materiële schade en € 1.200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 17.661,50 vanaf 28 september 2024 tot aan de dag der voldoening en over het bedrag van € 1.200,00 vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag der voldoening;
[aangever],
€ 18.861,50, te betalen, waarvan € 17.661,50 aan materiële schade en € 1.200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van
129 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;