Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat op 2 mei 2023 werd vastgesteld dat zijn bromfiets niet verzekerd was. Betrokkene stelde dat het voertuig defect was en niet werd gebruikt, waardoor sprake was van overmacht en dat de boete niet redelijk was. Hij had het voertuig met spoed verzekerd nadat het defect was verholpen.
De officier van justitie handhaafde de boete omdat betrokkene sinds 20 maart 2023 aansprakelijk was en de bromfiets pas per 5 mei 2023 verzekerd was. De kantonrechter oordeelde dat het niet relevant is of met het voertuig is gereden; de kentekenhouder moet zorgen voor verzekering of schorsing. Omdat het voertuig niet was geschorst, was de boete terecht opgelegd.
De kantonrechter wees het beroep af en matigde de boete niet. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan op 30 september 2024 door kantonrechter A.B. Scheltema Beduin.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.