Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens stilstaan op het trottoir op de Van Dishoeckstraat te Vlissingen op 3 februari 2023. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 30 september 2024 verscheen alleen de officier van justitie. Betrokkene was niet aanwezig. De gemachtigde voerde aan dat de boetes onterecht waren omdat het voertuig niet was verplaatst, en verzocht om het laten vervallen van één boete en een proceskostenvergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en de bijgevoegde foto's blijkt dat het voertuig wel degelijk is verplaatst van een plek met een witte gevel naar een plek met een bruine gevel. Hierdoor zijn twee afzonderlijke overtredingen vastgesteld. Betrokkene had de mogelijkheid het voertuig op een toegestane plek te parkeren. Er was geen reden om aan de juistheid van de verbalisant te twijfelen of de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard omdat de overtreding vaststaat en het voertuig is verplaatst.