ECLI:NL:RBZWB:2024:7159
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-procedure
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van 19 augustus 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan volgens de Dublin-verordening.
De verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de rechtbank bij een andere uitspraak in dezelfde zaak (zaaknummer NL24.32707) al op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 17 oktober 2024 en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.