Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] , [land] ;
7 oktober 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 september 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene. Betrokkene, die lijdt aan een paranoïde psychotisch toestandsbeeld, was aanvankelijk vrijwillig opgenomen maar vertoonde gedrag dat aanleiding gaf tot het opleggen van een crisismaatregel.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan zich beter te voelen en wilde hij graag naar huis, hetgeen door zijn advocaat werd bepleit. De behandelaar en de moeder van betrokkene bevestigden echter dat er sprake is van ernstig dreigend nadeel, waaronder verbale agressie en gevaarlijk gedrag, en dat voortzetting van de maatregel noodzakelijk is voor het toedienen van medicatie en het waarborgen van veiligheid.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van een psychische stoornis en het dreigend ernstig nadeel voldoende grond vormen om de crisismaatregel voort te zetten. De verplichte zorgmodaliteiten werden beperkt tot noodzakelijke maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de maatregelen werden als evenredig en effectief beoordeeld.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend tot en met 7 oktober 2024, met de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met opgelegde verplichte zorg tot en met 7 oktober 2024.