ECLI:NL:RBZWB:2024:7118
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Van Kralingen
- Broeders
- Haerkens-Wouters
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen belastingrechter wegens vermeende vooringenomenheid kennelijk ongegrond verklaard
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Steijn, de belastingrechter in de hoofdzaak met nummer BRE 23/9956 IB/PVV. Verzoeker stelde dat hij geen vertrouwen had in een onafhankelijke behandeling van zijn zaak en vreesde dat de uitspraak onvoldoende gemotiveerd zou zijn.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij het uitgangspunt geldt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn. Alleen uitzonderlijke omstandigheden kunnen een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeerde dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd die een dergelijke aanwijzing opleverden. Ook de verwijzing naar eerdere ervaringen met de rechtbank was onvoldoende om de vrees voor een onbevooroordeelde behandeling te rechtvaardigen. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gelaten. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de belastingrechter is kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.