Uitspraak
1.[eiseres] B.V.,
gemachtigde: mr. S.J. Kremer,
[eiser],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser was van 2010 tot 2013 en vanaf 2019 in dienst van eiseres, en van 2013 tot 2018 in dienst van een andere werkgever (B.V.) waarbij hij feitelijk bij eiseres werkte. De cao USAVG regelt onder meer een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) met voorwaarden waaronder een werknemer minimaal twintig jaar werkzaam moet zijn bij werkgevers vallend onder de werkingssfeer van de cao.
Eiser verzocht de stichting, die de cao uitvoert, om een RVU-uitkering, maar deze werd geweigerd omdat de periode bij B.V. niet meetelt. Eiser en eiseres stelden dat de feitelijke werkzaamheden bij eiseres voldoende zijn om aan de twintigjareneis te voldoen.
De rechtbank past de cao-norm toe en concludeert dat 'werkzaam bij' moet worden gelezen als 'in dienst van' een werkgever onder de werkingssfeer van de cao. Omdat B.V. geen werkgever is binnen die werkingssfeer, telt de periode bij B.V. niet mee. Ook het verzekeringsbewijs ondersteunt deze uitleg. De stichting's uitleg voorkomt onaannemelijke rechtsgevolgen, zoals het toekennen van RVU aan werknemers waarvoor geen premies zijn afgedragen.
De vorderingen van eiser en eiseres worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen van eiser en eiseres worden afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de twintigjarige diensttijdseis voor de RVU.