Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf van 100 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
50 dagen;
een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
2 jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met zijn dochter [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2018, zolang de reclassering dit nodig vindt. Het contact tussen verdachte en zijn dochter kan met toestemming van de reclassering opgebouwd worden, in eerste instantie onder begeleiding van een instantie gespecialiseerd in begeleide omgang van ouder en kind. De instantie wordt geïndiceerd door de betrokken jeugdconsulent. De reclassering monitort deze voorwaarde maar is geen uitvoerende partij;
14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens zijn dochter [slachtoffer] ;
2024 te [plaats] althans in Nederland
zijn kind, [slachtoffer] ,
heeft mishandeld door haar meermaals althans eenmaal (met kracht) met een
pollepel, althans met een stomp voorwerp op de billen/(boven)benen althans het
lichaam te slaan;