ECLI:NL:RBZWB:2024:7063

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 september 2024
Publicatiedatum
17 oktober 2024
Zaaknummer
10861843 \ MB VERZ 24-5
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen onterecht opgelegde parkeerboete wegens onjuiste bordaanduiding

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren op een plek waar dat niet toegestaan zou zijn volgens bord E1 op 13 juli 2022 in Middelburg. Betrokkene stelde dat hij niet op de hoogte was van het parkeerverbod en dat hij het voertuig direct verplaatste na een waarschuwing.

De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Dit omdat het voertuig binnen het parkeervak stond en het bord E1 met onderbord niet de juiste aanduiding was voor het parkeerverbod; de gemeente had bord E4 met onderbord moeten gebruiken.

Hierdoor was de boete onterecht opgelegd. De kantonrechter vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van €109. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10861843 \ MB VERZ 24-5
CJIB-nummer : 0062 5422 5110 7123
uitspraakdatum : 30 september 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
[adres]
[woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 september 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op de Balans te Middelburg op 13 juli 2022 om 18.12 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was niet op de hoogte van het parkeerverbod. Betrokkene heeft niet willens en wetens zijn voertuig op de pleeglocatie geparkeerd en direct verplaatst na een waarschuwing van de buren.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het parkeerverbod had met bord E4 met onderbord door de gemeente aangeduid moeten worden. Op de foto’s van de gedraging is te zien dat er een bord E1 staat geplaatst en dat het voertuig binnen het vak staat. Hiermee kan de gedraging niet worden vastgesteld.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat ten tijde van constatering van de gedraging bord E1 met onderbord stond geplaatst en dat het voertuig binnen het parkeervak stond geparkeerd. Dat is geen reden om deze boete op te leggen. De gemeente had voor dit parkeerverbod gebruik moeten maken van een ander verkeersbord.
Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,-, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: