ECLI:NL:RBZWB:2024:7062

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 september 2024
Publicatiedatum
17 oktober 2024
Zaaknummer
10845769 \ MB VERZ 23-505
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onduidelijke parkeersituatie

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder vergunning op 18 april 2022 in Zierikzee. Betrokkene voerde aan dat hij de informatie over de wijziging niet had gelezen en in het buitenland verbleef, waardoor hij niet op de hoogte was van de gewijzigde situatie. Ook beschikte hij wel over een parkeervergunning, maar voor een ander voertuig.

De officier van justitie stelde dat betrokkene voldoende gelegenheid had moeten hebben om zijn voertuig te verplaatsen, aangezien de wijziging en waarschuwing tijdig waren gecommuniceerd. De kantonrechter oordeelde echter dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat hij in het buitenland verbleef tijdens de bekendmaking en waarschuwing, waardoor hij niet in staat was zijn auto te verplaatsen.

Daarnaast werd meegewogen dat de gemeente de wijziging snel doorvoerde en direct sancties oplegde, wat de boete onterecht maakt. De kantonrechter vernietigde daarom de boete en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10845769 \ MB VERZ 23-505
CJIB-nummer : 7062 5422 4901 7825
uitspraakdatum : 30 september 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
[adres]
[woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 september 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden op de Hoofdpoortstraat te Zierikzee op 18 april 2022 om 11.14 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft de informatie die de gemeente had verspreid dat de Hoofdpoortstaat een vergunninghouders zone zou zijn, niet gelezen. Betrokkene heeft ook geen waarschuwing gezien omdat hij voor vier weken in het buitenland verbleef. Betrokkene is in het bezit van een parkeervergunning maar deze zat op een ander voertuig. Betrokkene verbleef in het buitenland en was daarom niet op de hoogte van de gewijzigde situatie.
Ter zitting heeft betrokkene herhaald wat in het beroepschrift als verweer is gevoerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene was van 31 maart 2022 tot 20 april 2022 op reis. Op 4 april 2022 is in de media gecommuniceerd dat de parkeerplaats zou wijzigen naar een parkeerplaats voor vergunninghouders en op 14 april 2022 is er een waarschuwing achtergelaten op het voertuig van betrokkene. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt niet in de gelegenheid te zijn geweest zijn voertuig tijdig te verplaatsen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene op het moment van bekendmaking van de gewijzigde parkeersituatie in het buitenland verbleef en dit voldoende heeft aangetoond. Hierdoor was betrokkene niet in de gelegenheid zijn auto te verplaatsen nu hier zonder vergunning niet mocht worden geparkeerd. Daarbij komt dat de gemeente in korte tijd deze wijziging heeft doorgevoerd en sancties heeft opgelegd.
Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: