ECLI:NL:RBZWB:2024:7019
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Borm
- Rechtspraak.nl
Toepasselijk recht en eigendomsoverdracht bij internationale koop van gestolen horloge
In deze civiele bodemzaak stond centraal welk recht van toepassing is op de koopovereenkomst van een horloge tussen een Nederlandse particulier en een Duitse juwelier, en of de eigendomsoverdracht rechtsgeldig was.
De Nederlandse gedaagde kocht het horloge in Nederland van een Nederlandse verkoper en verkocht het later door aan de Duitse eiser, Gehm, in Duitsland. Het horloge bleek gestolen te zijn en werd door Duitse autoriteiten in beslag genomen. Gehm stelde dat op de koopovereenkomst Duits recht van toepassing was en dat de eigendomsoverdracht geblokkeerd was volgens artikel 935 BGB Pro, waarna zij ontbinding van de koopovereenkomst vorderde en betaling van de koopsom.
De gedaagde voerde aan dat Nederlands recht van toepassing is op de verkrijging van het horloge in Nederland en dat hij te goeder trouw was bij aankoop, waardoor hij eigenaar werd en het horloge rechtsgeldig kon overdragen aan Gehm. De rechtbank bevestigde de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en oordeelde dat het Weens Koopverdrag van toepassing is op de koopovereenkomst tussen Gehm en gedaagde, met Duits recht als aanvullend recht. Voor de eigendomsoverdracht tussen gedaagde en de Nederlandse verkoper geldt echter Nederlands recht.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde te goeder trouw was bij aankoop, ondanks de lage prijs, en dat Gehm onvoldoende tegenbewijs leverde. Hierdoor was gedaagde eigenaar en beschikkingsbevoegd, en was de verkoop aan Gehm rechtsgeldig. De vorderingen van Gehm tot terugbetaling van de koopsom werden afgewezen, en Gehm werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Gehm worden afgewezen omdat de Nederlandse koper te goeder trouw eigenaar werd en het horloge rechtsgeldig kon overdragen.