ECLI:NL:RBZWB:2024:6963
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als senior secretaresse, ontving sinds september 2020 een WIA-uitkering vanwege vermoeidheidsklachten. Na een herbeoordeling op verzoek van haar ex-werkgever concludeerde het UWV dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en beëindigde de uitkering per 12 januari 2023. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen onderschat zijn, onderbouwd met medische informatie van huisarts en psycholoog.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van de arts en verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van het UWV. Deze concludeerden dat eiseres beperkt is in zwaar fysiek werk en stressvol werk, maar dat haar klachten niet leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en oordeelde dat de beperkingen niet zijn onderschat.
De arbeidsdeskundige b&b stelde geschikte functies vast voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid. Eiseres voerde aan niet geschikt te zijn voor alle functies, maar erkende dat dit de uitkomst niet zou veranderen. De rechtbank stelde vast dat de berekening van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid juist is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de WIA-uitkering per 12 januari 2023. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierechtvergoeding. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt terecht beëindigd per 12 januari 2023.