Uitspraak
1.Het procesverloop
- de moeder, bijgestaan door mr. Pool;
- een vertegenwoordigster van de GI;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige te beëindigen en de voogdij toe te wijzen aan de Gecertificeerde Instelling (GI), Stichting Jeugdbescherming West Zeeland. De moeder verzette zich tegen het verzoek en stelde dat het gezag behouden moest blijven vanwege recente verbeteringen en contact met de minderjarige.
De rechtbank hield op 13 september 2024 een mondelinge behandeling waarbij ook de minderjarige zelf werd gehoord. Uit de feiten bleek dat de minderjarige sinds 2022 uit huis geplaatst is en bij een jeugdhulporganisatie verblijft. De moeder was onvoldoende in staat om de verzorging en opvoeding te dragen, nam gezagsbeslissingen niet of te laat, en er was sprake van een moeizame samenwerking met de GI.
De minderjarige ervaart stress en stagnatie in zijn ontwikkeling door het gezag van de moeder en wenst dat het gezag wordt beëindigd. De rechtbank oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd zolang de moeder het gezag behoudt. Daarom werd het gezag van de moeder beëindigd, de GI benoemd tot voogd en de beschikking direct uitvoerbaar verklaard.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige wordt beëindigd en de Stichting Jeugdbescherming West Zeeland wordt benoemd tot voogd.