ECLI:NL:RBZWB:2024:6838
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Willems-Ruesink
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken juiste machtiging in WOZ-zaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking 2021 en de bijbehorende aanslag onroerende zaakbelasting voor een pand te een plaats. Het beroep is ingediend door mr. D.A.N. Bartels als gemachtigde van belanghebbende. De rechtbank heeft vastgesteld dat geen geldige machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat mr. Bartels bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft mr. Bartels meerdere malen verzocht om binnen gestelde termijnen een juiste machtiging te overleggen. De ingediende machtigingen waren niet op naam gesteld en niet te herleiden tot de persoon die de machtiging heeft afgegeven. Ook uit de bijgevoegde e-mails bleek niet wie de machtiging had ondertekend of dat deze persoon bevoegd was.
Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en laat het bestreden besluit in stand. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat mr. Bartels niet bevoegd is om dit namens belanghebbende te doen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.