ECLI:NL:RBZWB:2024:6835
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-beschikking en aanslagen niet-ontvankelijk wegens eerdere rechtsgang
Belanghebbende diende een bezwaarschrift in tegen de WOZ-beschikking en de gelijktijdig opgelegde aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing. De heffingsambtenaar wees het bezwaarschrift af omdat er al eerder een uitspraak op bezwaar was gedaan op dezelfde beschikking en aanslagen.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank constateerde dat er al een eerdere beroepsprocedure was gevoerd onder zaaknummer BRE 21/4679, die niet-ontvankelijk was verklaard wegens het ontbreken van een machtiging. Belanghebbende had hiertegen verzet ingesteld, maar dit verzet werd ingetrokken tijdens een zitting.
Omdat de rechtsgang hiermee was doorlopen en beëindigd, oordeelde de rechtbank dat het niet mogelijk is om nogmaals beroep in te stellen tegen dezelfde beschikking en aanslagen. Daarom werd het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat het beroep niet-ontvankelijk was. De uitspraak werd zonder zitting gedaan op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking en aanslagen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat dezelfde rechtsgang reeds is doorlopen en beëindigd.