ECLI:NL:RBZWB:2024:6812
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na ontslag van rechtsvervolging
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €123.340,55, gebaseerd op een rapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De verdediging verzocht primair afwijzing van de vordering, subsidiair een nihil betalingsverplichting en meer subsidiair een lager bedrag.
Op 24 september 2024 werd betrokkene door de meervoudige economische kamer ontslagen van alle rechtsvervolging in de hoofdzaak, omdat hij niet strafbaar werd verklaard voor het bewezen verklaarde feit. Gezien dit ontslag moet de vordering tot ontneming worden afgewezen.
De rechtbank heeft daarom de vordering van de officier van justitie afgewezen en de betalingsverplichting op nihil gesteld. Het vonnis is uitgesproken door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen wegens ontslag van alle rechtsvervolging in de hoofdzaak.