Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een voertuig 9 kilometer per uur te hard op de N59 Rijksweg buiten de bebouwde kom op 17 december 2022. Betrokkene stelde beroep in en voerde aan dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verkocht aan een derde, die verantwoordelijk zou zijn voor de gedraging.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Op de zitting van 5 augustus 2024 verscheen alleen de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene en zijn gemachtigde waren afwezig.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat betrokkene de overtreding heeft begaan. Hoewel het kenteken op de dag van de overtreding nog op naam van betrokkene stond, is uit het Europese Kentekenregister gebleken dat het voertuig binnen de wettelijke termijn was overgeschreven op de koper, waardoor de boete ten onrechte aan betrokkene is opgelegd.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boetebeschikking en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling van €72,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.